Kapel ter Bede, Kortrijk
toegankelijkheid :
Nederlands
............ Français
............ English
............ Deutsch
............ Italiano
............ Español
Pannenbakkerij 'Tuileries du Littoral', Kortrijk
De keramische nijverheid heeft op de rijke kleilagen West-Vlaanderen een lange geschiedenis. Vanaf het einde van vorige eeuw zou de zware kleiverwerkende nijverheid zich omwille van de kwaliteit van de kleilagen concentreren in het Kortrijkse, en in de streek van Nieuwpoort (met de specifieke 'gele' baksteen). De kleilagen van het Kortrijkse leverden, door hun samenstelling, bijzonder harde pannen op.
Alhoewel omstreeks 1910 in Kortrijk nog een twintigtal niet-gemechaniseerde veldovens aktief waren, blijkt uit technische publicaties dat de Kortrijkse steen- en pannenbakkerijen, toen reeds aan de top van de mechanisatie stonden. Het gebruik van strengpersen voor de vervaardiging van bakstenen, van revolverpersen (die 450 tot 500 pannen per uur vervaardigden) voor platte daktegels, en van ronddraaiende vormpersen met 13 tot 22 vormen voor dakpannen, was er blijkbaar reeds grotendeels veralgemeend.
Daarnaast werd in het Kortrijkse ook reeds voor de eerste wereldoorlog gebruik gemaakt van kunstmatige droogruimten. Dat was toen een revolutionair procédé. Het Kortrijkse was op dit vlak één van de (zelfs 'de') voorloper in Europa, en leverde inspiratie voor buitenlandse bedrijven. In de technische publicaties van rond de eeuwwisseling en van vlak na de eerste wereldoorlog werd heelwat aandacht besteed aan deze droogkamers !
Het vroege gebruik van kunstmatige droogruimten is mede te verklaren door het feit dat de Kortrijkse pannen en tegels een grotere toegevoegde waarde bezaten dan de gewone bakstenen die in andere regio's (bv. het Boomse) vervaardigd werden: de zware investeringen in de indrukwekkende drogerijen die we thans (voorlopig ?) nog kunnen bewonderen konden hier renderen ! De droogruimten werden meestal kunstmatig verwarmd, soms door recuperatie van afvalwarmte van de ovens, soms door afzonderlijk verwarmingseenheden. Een van de systemen die omstreeks 1905/1907 het meest ophef maakten was de 'aerocondensor', waarbij een ventilator lucht joeg over buizen waardoor de afgewerkte stoom van de stoommachine afgevoerd werd: hierdoor werd de lucht opgewarmd, en door de betere condensatie van de stoom (en dus de werking van onderdruk in de machine) kon men brandstof voor de stoommachine sparen
Bepalend bij deze ontwikkeling was de oprichting van de pannenbakkerij van de Pottelberg (ca. 1880). Het was ook de eerste steenbakkerij in West-Vlaanderen die een industriële structuur kreeg. Pottelberg was een voorbeeld voor anderen. In 1899 werd de n.v. 'Dakpannenfabrieken van Marke' opgericht. Voor de eerste wereldoorlog waren er buiten deze reeds gelijkaardige moderne pannenbakkerijen in werking in Aalbeke (Sterreberg - gesloopt en door nieuw bedrijf vervangen), in Lauwe (n.v. 'Dakpannenfabrieken Lauwberg - gesloopt) en Zwevegem-Knokke (n.v. 'Briqueteries Modernes' - gesloopt). In totaal telden deze bedrijven toen ca. 400 werknemers.
De grote opbloei kwam echter na de eerste wereldoorlog. Door de nabijheid van de frontstreek vonden de steen- en pannenbakkerijen van de Leievallei een grote afzet bij de wederopbouw. De Kortrijkse steen- en pannenbakkerijen vormde in grote mate de basis voor het herstel van en de nieuwbouw in de getroffen gebieden. Hun geschiedenis dient dus eveneens gekoppeld te worden aan deze van de Eerste Wereldoorlog.
Hun (commercieel) succes trok verschillende andere bedrijven aan, o.m. deze die tijdens de eerste wereldoorlog vernietigd werden - zodat het Kortrjkse in vanaf de jaren twintig uitgroeide tot hét Europese centrum voor de moderne dakpannenfabricage. Tal van vernieuwingen en verbeteringen, die nadien ook elders toegepast werden, vonden hier hun oorsprong.
De n.v. 'Céramiques et Briqueteries Mécaniques du Littoral' bracht in 1923 zijn fabriek van Ramskapelle (dat tijdens de oorlog vernietigd was) naar Kortrijk over. Het is thans alleen deze site die nog alle kenmerken van de Zuid-West-Vlaamse steen- en pannenbakkerijen bezit: de ovens, de vormzalen, de droogruimten, de schouw, de machinezaal met twee stoommachines, de ketelruimte, de opslagplaatsen, de burelen, de woningen van de directie en enkele personeelswoningen. Gelegen tussen de spoorlijn en het kanaal Bossuit-Kortrijk (de ideale vestiging voor een dergelijk bedrijf) bezit de site onmiskenbaar monumentale waarde. Dit werd reeds in verschillende publicaties benadrukt. Een vroegere survey toonde aan dat de gebouwen zich uitstekend tot vernieuwbouw en herbestemming lenen.
Het is dan ook duidelijk dat deze site, als laatste volledige vertegenwoordiger van deze unieke steen- en pannennijverheid, dringend en VOLLEDIG dient beschermd te worden.
Nadat de stad Kortrijk enkele jaren geleden gunstig advies gaf op
een slopingsvergunning werden hierop tal van bezwaren ingediend door
een aantal inwoners van de stad, met de steun van enkele plaatselijke
mandatarissen. Dit leidde tot het inzetten van een
beschermingsprocedure door de toen bevoegde Minister (P. Van
Grembergen). Op alle niveaus, gaande van de provinciale
commissie voor monumenten en landschappen tot en met de koninklijke
commissie voor monumenten en landschappen werd gunstig advies gegeven
voor een totale bescherming van het complex. Ook de adviezen van
de Vlaamse administratie voor monumentenzorg waren gunstig.
De site leek dus gered.
Diot was echter buiten de waard gerekend, nl. het lobbywerk vanuit
de stad Kortrijk en het bedrijf (intussen was Koramic wel verkocht
aan de Oostenrijkse baksteenproducent Wienenberger).
Het was ook buiten de waard van de nieuwe monumentenminister (de
historicus Van Mechelen) gerekend.
Tot grote verbazing van iedereen werden enkel de indrukwekkende
droogloodsen beschermd en werden alle andere gebouwen van de site bij
nacht en ontij, en zonder dat de buitenwacht zich daar rekenschap van
gaf, uit het beschermingsbesluit gelicht. De raison d'être van
de droogloodsen zijn dus niet beschermd. De productieruimten
en ovens, de twee prachtige stoommachines, de oude ketelruimte, de
sierlijke kleimagazijnen, ... zijn alle vogelvrij.
De administratie voor monume,nten en landschappen doet alsof haar
neus bloedt.
Vandaar dat wij iedereen oproepen om voor behoud van de site te pleiten bij :
Kunt U dan ook een kopietje van Uw brieven zenden aan: Vlaamse Vereniging voor Industriële Archeologie vzw, Postbus 30 Gent XII, B-9000 Gent-12 . Met dank voor Uw steun !
Brick and tileworks 'Kapel ter Bede' (Tuileries du Littoral), Kortrijk
At the beginning of the 20th century the roof tiles industry of the Kortrijk area (near the French border, some 20 miles from Lille) was considered to be the most modern, most mechanized and most productive in Europe. The use of stuffing presses and revolving presses was generalised. The large tileworks made use of extensive artificial drying sheds, and aerocondensors (where the steam condensor of the steam engines was combined with the heating of the sheds, thus saving on heating costs and increasing the performance of the steam engines).
All the historic brick and tileworks of this area have been demolished in the 1980s and 1990s, excepted the Tuileries du Littoral. This company was originally situated in Ramskapelle, was there destroyed during the Great War and moved afterwards to Kortrijk near the Canal Bossuyt-Kortrijk, and next to the railway line. The new and huge tileworks started production in 1923.
Actually the site still has all elements of this historic industry: the kilns, the buildings with the moulding presses, the engine room with two steam engines (one being a horizontal tandem compound engine), the boiler room, the storages, the offices, the house of the director and some workers houses.
The buildings can easily be reused.
It is clear that this site, because of its historic and industrial archaeological value, merits preservation.
Nevertheless the city council of Kortrijk is willing to grant a permission to demolish these unique buildings. A number of local preservationists have raised objections against this council decision - and were supported by some councellors. They also have entered a demand for legal protection of the site. Provisionally the demolishion seems to have been deferred - but one fears that the destruction should be granted when nobody is aware...
Please help us to save the site.
Write a letter in favour of the preservation of the Tuileries du Littoral tileworks to :
Please send a copy of your letter to
the Flemish Association of Industrial Archaeology, P.O. Box 30 Gent XII, B-9000 Gent-12
Tuileries du Littoral, Kortrijk (Courtrai)
Site en danger: aidez-nous à le sauvegarder !
L'industrie céramique a, en Flandre
Occidentale, une longue histoire grâce aux riches couches
d'argile. A la fin du siècle passé, compte tenu de
la qualité de ces couches argilifères, l'industrie
lourde transformatrice de l'argile allait se concentrer dans le
Courtraisis, et aussi dans la région de Nieuport (Nieuwpoort)
avec la brique "jaune" typique. L'argile du Courtraisis, par sa
composition, générait des tuiles
particulièrement solides.
Bien qu'il y avait encore aux environs de 1910 à Courtrai une
vingtaine de fours de campagne - donc non mécanisés -
en activité, il semble que d'après les publications
techniques de l'époque que le briqueteries et les tuileries
situées dans le Courtraisis étaient déjà
alors à la pointe de la mécanisation. L'usage de
boudineuses pour la confection des briques, de presses-revolvers qui
façonnaient de 450 à 500 tuiles plates par
heure et de presses pivotantes ayant de 13 à
22 moules à tuiles, y était déjà
vraisemblablement généralisé.
En outre, on utilisait déjà des séchoirs
artificiels avant la première guerre mondiale, ce qui
était alors un procédé
révolutionnaire. Le Courtraisis était sur ce point
à l'avant-garde en Europe et, à l'étranger, des
entreprises s'en inspirent. Dans les publications techniques du
début de ce siècle et d'immédiatement
après la première guerre mondiale, on prêtait un
intérêt particulier à ces séchoirs !
L'usage précoce de séchoirs artificiels s'explique par
le fait que les tuiles offraient une valeur ajoutée plus
élevée que les simples briques qu'on fabriquait dans
d'autres régions, dans la Région du Rupel par exemple:
à Coutrai se montraient ainsi rentables les lourds
investissements dans les séchoirs impressionants que nous
pouvons admirer (provisoirement) aujourd'hui encore. Les
séchoirs étaient chauffés artificiellemnt,
parfois par la récupération de la chaleur
résiduelle des fours, parfois par des unités de
chauffage particulières. Un des systèmes ayant
fait grand bruit aux environs de 1905 était
l"aérocondenseur": un ventilateur soufflait de l'air dans les
tuyaux dans lesquels circulait la vapeur d'échappement, air
qui était ainsi réchauffé, et par une meilleure
condensation de la vapeur et donc un effet de sous-pression dans la
machine, on pouvait économiser du combustible pour la machine
à vapeur.
La création des tuileries du Pottelberg vers 1880 a été déterminante dans cette évolution. Elles ont été aussi les premières en Flandre Occidentale à recevoir une structure industrielle. "Pottelberg" était un exemple pour les autres. En 1889 naissait la s.a. "Dakpannenfabriekene van Marke". De plus, avant la première guerre mondialee, il y avait aussi des tuileries modernes à Aalbeke (s.a. "Sterreberg", démolies et remplacées par une entreprise nouvelle), à Lauwe (s.a. "Dakpannenfabrieken Lauwberg", demolies) et à Zwevegem-Knokke (s.a. "Briqueteries Modernes", démolies). Environ 400 ouvriers étaient alors occupés dans chacune de ces entreprises.
Le grand essor date d'après la
première guerre mondiale. La région du front
était tout proche: les briqueteries et les tuileries de la
vallée de la Lys ont grandement contribué à la
reconstruction d'après guerre. Leur histoire ne peut donc
être dissociée de la Grande Guerre.
Leur succès commercial allait attirer diverses autres
entreprises, notamment celles qui avaient été
détruites durant le conflit, de sorte qu'à partir des
années vingt, le Courtraisis devint le centre européen
de la fabrication moderne de tuiles. Ici sont nées des
tas de nouveautés et d'améliorations techniques, qui
par après, ont été à leur tour
appliquées autre part.
La s.a. "Céramique et Briqueteries Mécaniques du Littoral" transféra en 1923 à Courtrai sa fabrique de Ramskapelle qui avait été détruite durant la guerre. Ce site est aujourd'hui le seul à présenter encore toutes les caractéristiques des briqueteries et tuileries de la Flandre Occidentale: les fours, les salles de moulege, les séchoirs, la cheminée, la salle des machines avec deux machines à vapeur, la chambre de chauffe, les entrepôts, les bureaux, les habitations de la direction et quelques maisons destinées au personnel. Situé entre la ligne de chemin de fer et le canal Bossuyt-Courtrai - l'emplacement idéal pour ce genre d'entreprise -, le site possède une valeur monumentale indéniable, ce qui a déjà été souligné dans diverses publications. Une étude a montré que les bâtiments se prêtaient superbement à la rénovation et à la réhabilitation.
Il est dès lors clair que ce site doit être protégé de manière urgente, en tant que dernier représentant complet de cette industrie de la brique et de la tuile si caractéristique !
Malgré l'intérêt
présenté par le site, il semble que l'administration
communale de Courtrai a accordé il y a peu un avis favorable
pour un permis de démolir. Celui-ci est d'ailleurs
contesté par un certain nombre d'habitants de la ville, avec
l'appui de quelques mandataires locaux.
L'autorisation de démolir a été provisoirement
gelée, mais il existe toujours une très grande pression
pour pouvoir malgré tout démolir le
complexe.
C'est pourquoi nous appelons chacun à plaider pour le maintien du site auprès :
Pouvez-vous adresser une copie de vos lettres à:
l' Association Flamande d'Archéologie Industrielle, Boîte Postale 30 Gent XII, B-9000 Gent-12 (Belgique)
Un grand merci pour votre soutien !
Ziegelei Kapel ter Bede'
(Tuileries du Littoral)
Vom Abbruch bedroht! Ihre Hilfe wird benötigt.
Die Keramikindustrie hat auf den reichen
Tonböden Westflanderns eine lange Geschichte.
Ab Ende des letzten Jahrhunderts sollte sich die verarbeitende
Industrie wegen der Qualität des Ausgangsmaterials im Raum
Kortrijk konzentrieren sowie in der Umgebung von Nieuwpoort (bekannt
durch den gelben Backstein).
Die Tonlagen um Kortrijk lieferten besonders harte
Dachziegel.
Wiewohl um 1910 in Kortrijk noch etwa zwanzig
handwerklich betriebene Brennöfen standen, erfährt man aus
den damaligen technischen Veröffentlichungen, dass die dortigen
Backstein- und Dachziegelhersteller weitestgehend mechanisiert waren.
Der Gebrauch von Strangpressen für Backsteine und rotierenden
Formpressen (mit einer Kapazität von 450 500 Ziegel/h)
für platte Ziegel sowie Drehpressen mit 13 22
verschiedenen Dachziegelformen war allgemeiner technischer Stand.
Weiter wurde in Kortrijk bereits vor dem Ersten Weltkrieg Gebrauch
gemacht von beheizten Trockenräumen. Das war damals ein
revolutionäres Verfahren und Kortrijk war hier einer der
Vorläufer und ein Vorbild für Betriebe aus anderen
Ländern. Diese Trockenräume werden auch in den technischen
Publikationen vor dem Ersten Weltkrieg entsprechend
gewürdigt!
Die frühzeitige Verwendung dieser Trockenräume ist auch
durch den Umstand zu erklären, dass die Backsteine und
Dachziegel von grösserer Qualität waren als jene aus
anderen Regionen, etwa von Boom. Die Investitionen in die
eindrucksvollen Gebäude lohnten sich also.
Diese Trockenräume wurden beheizt durch die Abwärme der
Brennöfen oder durch separate Heizöfen. Eine Anlage, die um
1905 1907 besonderes Aufsehen erregte war ein sog.
Aero-Kondensator , wobei Luft im Gegenstrom über die
Abdampfröhren der Dampfmaschine geblasen wurde, was gleichzeitig
den Wirkungsgrad der letzteren erhöhte.
Bestimmend für die Entwicklung war die
Errichtung der Ziegelei von Pottelberg um 1880. Es war dies auch die
erste Ziegelei mit einer industriellen Struktur und sie war Vorbild
für andere.
Im Jahr 1899 wurden die Dachpfannenfabriken von Marke"
gegründet. Vor dem ersten Weltkrieg gab es ausser diesen noch
weitere moderne Fabriken in Aalbeke ( Sterreberg abgerissen
und durch einen neuen Betrieb ersetzt), Lauwe (die
Dachpfannenfabriken Lauwberg AG abgerissen), sowie
Zwevegem-Knokke (Briqueteries Modernes SA - ebenfalls abgerissen).
Insgesamt fanden dort 400 Arbeiter und Angestellte Arbeit.
Der grosse Aufschwung kam aber nach dem Ersten
Weltkrieg für die in der Nähe des ehe-maligen Kampfgebietes
gelegenen Ziegeleien. Man kann sagen, dass die um Kortrijk
angesiedelten Ziegeleien in grossem Masse die Grundlage bildeten
für Neu- und Wieder-aufbau in den betroffenen Gebieten. Ihre
Geschichte ist daher mit jener des Weltkrieges eng verbunden.
Als Ergebnis dieses Aufschwungs wurde Kortrijk mit Beginn der
zwanziger Jahre das Zentrum für die Herstellung moderner
Dachziegel. Eine ganze Anzahl Verbesserungen, die auch in anderen
Fabriken eingeführt wurden, hatten hier ihren Ursprung.
Die SA Ceramiques et Briqueteries
Mecaniques du Littoral' übersiedelte im Jahr 1923 von
Ramskapelle, das im Krieg zerstört worden war, nach Kortrijk.
Nur bei dieser Ziegelei findet man noch alle Merkmale eines typisch
südwest-flämischen Betriebes: Brennöfen,
Formsäle, Trockenräume, den Schornstein, den Maschinenraum
mit zwei Dampfmaschinen, das Kesselhaus, Lager, Büroräume
sowie die Wohnungen für den Direktor und Angestellte.
Gelegen zwischen der Eisenbahn und dem Kanal Bossuit Kortrijk
(eine ideale Lage für eine derartige Fabrik!) besitzt sie
unverkennbar Denkmalswert. Dies wurde auch in verschiedenen
Veröffentlichungen bestätigt. Eine Studie kam selbst zu dem
Ergebnis, dass sich die Gebäude ausserordentlich gut zur
Neugestaltung und Wiederverwendung eigneten.
Es wird dann auch verständlich, dass diese Ziegelei als letzte Zeugin dieses einzigartigen Industriezweiges unter Denkmalschutz gestellt werden sollte.
Ungeachtet ihrer Bedeutung hat die
Gemeindeverwaltung von Kortrijk kürzlich eine Abriss-genehmigung
erteilt. Diese wurde jedoch angefochten durch einige Bürger
sowie durch örtliche Abgeordnete. Gleichzeitig wurde der Antrag
auf Denkmalschutz gestellt.
Vorläufig ist der Abriss erst einmal verzögert doch
dessen Befürworter geben nicht auf !
Daher rufen wir alle am Erhalt dieser Stätte Interessierten auf, bei den folgenden Stellen vorstellig zu werden:
Wollen Sie uns bitte eine Kopie zusenden:
VVIA, Postbus 30, B-9000 Gent 12.